1974
Hammie de beuk

als de lente is gekomen
in het grote bomenbos
ontwaakt Hammie uit zijn dromen
schudt zijn beukenbladeren los

Hammie Beuk zegt: goedemorgen
in de beukenbomentaal
goedemorgen lieve moeder
goedemorgen allemaal

en de bomen daar die buigen plechtig
zoals beukenbomen doen
en hij krijgt de beste wensen
en van Betje Beuk een zoen

en moeder zegt: je bent nu achttien
het is tijd om even stil te staan
luister goed mijn lieve jongen
hoe het je vader is vergaan

dan begint ze zacht te praten
in de beukenbomentaal
ruist en fluistert met haar bladeren
en vertelt dan dit verhaal:

je vader was een echte rakker
de grootste boom van heel het bos
hij had wel honderd tachtig takken
en op zijn tenen had ie mos

hij was misschien al in de tachtig
toen ik hier op de wereld kwam
o wat vond ik het als meisje prachtig
als ie me in zijn takken nam

zo leefden we hier heel tevreden
tot op een dag een man verscheen
die zaagde hem gewoon in twee├źn
zo ging je vader van ons heen

vele jaren zijn verstreken
Hammie is nu zelf getrouwd
hij is voor Betje Beuk bezweken
die al jaren van hem houdt

op een morgen in augustus
de zomerzon die staat nog laag
de vogels fluiten dat ’t een lust is
komt de man plots met zijn zaag

Hammie Beuk begint te trillen
ik zet de beuk erin meteen!
Betje beuk begint te gillen:
o god ze nemen Hammie mee!

hij staat daar even als betoverd
maar dan roept hij: Betje tabee!
en slaat ie als een blok voorover
neemt de zager met zich mee